Meer doen met eiwitten

Publicatiedatum: 18 november 2011

Voor agro-bedrijven vormen plantaardige eiwitten een restproduct, waar ze over het algemeen weinig mee doen. De totale hoeveelheid van deze eiwitten komt overeen met die van de import van soja-eiwitten voor de Nederlandse melkveehouderij. ‘Genoeg reden voor de agro-sector om binnen het samenwerkingsverband van The Dutch Biorefinery Cluster (DBC) te kijken naar de mogelijkheden om meer met de eiwitten uit reststromen te doen’, zegt Marco Giuseppin van AVEBE, coördinator van dit initiatief bij DBC.

‘De afgelopen tijd zijn we nagegaan welke eiwitten voorkomen in de bestaande en toekomstige stromen van agrobedrijven in Nederland. Sommige eiwitstromen waren al bekend, andere nog niet. We hebben nu een compleet overzicht. Het gaat om eiwitten uit bijvoorbeeld aardappelen, suikerbieten, loof, bladeren van tomaten, graanresten en gras. Veel van die eiwitten worden verwerkt tot veevoer, dat is een laagwaardige toepassing. Ons doel is meer hoogwaardige toepassingen voor de eiwitten te vinden, zodat ze meer geld opbrengen en agrobedrijven dus meer waarde uit hun grondstoffen halen. Wellicht kan hierdoor ook de import van soja uit het buitenland verminderen’, aldus Giuseppin.

Uitwisselen van eiwitten

Aan dit project werken zowel grote als kleine bedrijven uit de agrosector mee, organisaties vanuit de glastuinbouw en de papierindustrie plus het innovatienetwerk Kiemkracht. ‘Bestaande initiatieven op eiwitgebied willen we koppelen en richten op het verwaarden van eiwitten uit de stromen van individuele bedrijven, maar ook op het uitwisselen van de eiwitten tussen verschillende bedrijven’, aldus Giuseppin.

Zelf is hij nauw betrokken bij de hoogwaardige eiwitwinning van Avebe. Dochterbedrijf Solanic is in staat de eiwitten vrijwel ongeschonden uit de reststroom van de aardappelzetmeelproductie te halen. Deze eiwitten gaan naar producenten van voedingsmiddelen, die ze onder andere toepassen in vegetarische producten en glutenvrije producten.

Wei geen bijproduct

‘In de Nederlandse zuivelindustrie zijn we al tientallen jaren geleden begonnen met het opwaarderen van de eiwitten uit wei, de reststroom van de kaasproductie’, aldus Ger Willems, manager scientific affairs & intellectual property van Friesland Campina en lid van het kernteam van DBC. ‘Vroeger werd de wei in veevoer verwerkt of ging terug naar het land. Nu halen we uit wei eiwitten voor bijvoorbeeld kindervoeding, voedingsmiddelen en ook nog voor diervoeding. Wei is al lang geen reststroom meer. Sommigen beweren zelfs dat we kaas moeten maken om aan wei te komen. Hiervan hebben we geleerd, dat je goed moet nadenken voor je een nieuwe fabriek bouwt. Denk niet: “We maken eiwitten, bioplastics of energie en voor de rest zien we wel”, maar “hoe kunnen we elke component uit de biomassa zo hoogwaardig mogelijk inzetten”. Dan nog moet je opletten, want soms haalt een bedrijf een component uit de stroom en past die laagwaardig toe, terwijl een ander bedrijf die component hoogwaardig kan inzetten. Kijk in zo’n geval hoe je de processen zo verknoopt, dat beide bedrijven er maximaal van profiteren.’

Kosten en baten

Giuseppin: ‘Enkele eiwitten komen in diverse stromen van meerdere bedrijven voor, zoals de rubisco-eiwitten, die zowel in gras als bietenloof zitten. Het winnen van eiwitten uit grassen is nog in ontwikkeling. Die eiwitten worden nu vaak gekookt en laagwaardig toegepast in vis- en veevoer, maar zijn in principe ook geschikt om toe te passen in geleer- of emulgeermiddelen voor voedingsmiddelen. We laten universiteiten onderzoeken wat je allemaal met de verschillende eiwitten kunt doen. Ook gaan we na wat het kost om ze te winnen, eventueel te raffineren en toe te passen en wat de markt bereid is ervoor te betalen. Hierbij moet je denken aan het vervangen van bestaande dierlijke eiwitten of aan geheel nieuwe toepassingen.’

Goede afspraken maken

Willems: ‘Bij het toepassen van eiwitten in voedingsmiddelen moet je ook nog weten of de smaak en kleur van de eiwitten voldoet. Stel dat de klant je eiwit accepteert. Dan nog blijft de vraag of dit de beste toepassing is en voor hoe lang. Als de klant namelijk over een jaar op iets anders overschakelt, blijf je met je eiwitten zitten. Daarover moet je van te voren goede afspraken maken. En ook over wie investeert en wie het geld opstrijkt. Tegen dit soort vragen loop je aan, omdat je in de biobased economy meestal moet samenwerken met meerdere partijen.’

Giuseppin: ‘Dat je door samen te werken meer waarde haalt uit alles wat van het land komt, staat echter als een paal boven water. Ook heeft het maatschappelijk nut: er blijft minder afval over en er hoeft minder geïmporteerd te worden.’

 

Reageer op dit bericht

Naam
E-mailadres
Schrijf uw bericht...

Overige berichten

November 2019

Maart 2019

Oktober 2018

Mei 2018

Februari 2018

Oktober 2017

Augustus 2016

Juli 2016

Maart 2016

Februari 2016

September 2015

Augustus 2015

Juli 2015

Juni 2015

December 2014

Oktober 2014

Augustus 2014

Juli 2014

Mei 2014

April 2014

Februari 2014

Januari 2014

December 2013

November 2013

Oktober 2013

September 2013

Augustus 2013

Juli 2013

Mei 2013

April 2013

Oktober 2012

Augustus 2012

Juni 2012

Mei 2012

April 2012

Maart 2012

Januari 2012

November 2011

Oktober 2011

September 2011

Augustus 2011

Juni 2011

Mei 2011

April 2011

Februari 2011

Januari 2011

December 2010